zondag, augustus 26, 2012

De stadssage van de buurman en de buurman

Hendrik was de enige in de wijde omtrek met een grote kruiwagen. Het was werkelijk een reuze exemplaar, iedereen in de buurt keek er met gepaste afgunst naar omdat het werk voor de man zo wel heel makkelijk werd.
En over gemakkelijk gesproken: buurman Hendrik was zelf niet het prettigste exemplaar: hij zeurde veel, verlangde van zijn knechten meer dan iemand anders van de arme werklui zou verwachten. Nooit was hij tevreden, altijd viel er wat te vitten en te veranderen terijl het werk er op en top uitzag. Hendrik lag niet goed bij de buurtbewoners.
Anders was het met Carolus: altijd goed gemutst, altijd een goed woordje voor iedereen en geen moment te beroerd om je te helpen. Hij was een gastvrije man die je graag voor een verfrissing binnenhaalde en je uren later draaïerig van de wijn zijn woning zag verlaten.
Carolus kon bij vrijwel iedereen een potje breken.

En zo besloot Carolus op een dag aan Hendik te vragen of hij diens grote kruiwagen voor een dagje mocht lenen voor een klus.
Omdat Hendrik ook wel eens te lang op de veranda van Carolus had gezeten, kon hij de goedlachse man niet weigeren. "Natuurlijk Carolus, als je 'm maar schoon terug brengt".
Dus de dag daarna haalde Carolus de kruiwagen uit de stal van Hendrik.
Daar de oogst van Carolus al enige tijd binnen was, vroeg Hendrik waar hij zijn eenwieler nu eigenlijk voor nodig had.
"Wel, ik heb besloten om Andres hier een eindje verder op een handje te helpen met een klusje dat hij al een poosje moet doen maar niet afkrijgt in zijn eentje. Met jouw gigantische kruiwagen hebben we het zo voor elkaar."
Hendrik trok bleek weg: "Andres zeg je?
Ik weet niet of ik je dan mijn kruiwagen wel wil uitlenen want ik leef met hem en zijn gezin in onenigheid".(Hetgeen niet zo vreemd was omdat Hendrik met iedereen in onenigheid leefde)
Carolus keek hem verbaasd aan, trok zijn schouders op en zei lachend: "Of je leent je wagen aan mij uit of niet. Wat ik ermee ga doen mag van geen belang zijn" waarop hij wegliep en Hendrik overbluft achterliet op diens oprit.
s Avonds bracht hij de kruiwagen helemaal schoon, met een flesje wijn erin, terug naar Hendrik.
Andres blij, Carolus blij.
En Hendrik? Misschien was hij ook wel blij. 't Was een wijntje van een goede cave en een goed jaar.

De moraal van dit verhaal: of je doet iets voor iemand of je doet 't niet. De achterliggende grond of reden mag er niet toe doen.

Ik wilde jullie deze nieuwe stadssage niet onthouden.
Op dit moment is-ie behoorlijk van toepassing op iets dat mij is overkomen. Niet letterlijk, let wel.
Hij komt uit mijn pen, mijn toetsenbord maar ik vind het verder geen probleem als iemand 'm hergebruikt. Bronvermelding, verwijzing naar dit blog is op z'n plaats.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten